Pray. Play. Stay.
Een open kerkhal voor de stad

Context

De Stad Brussel organiseerde in 2014 een ideeënoproep rond de herbestemming van de Sint-Katelijnekerk. COLLECTIVEU, voor deze wedstrijd gevormd door Malou Maes, Pieter Maes, Sunita Singh, Pieter Thibaut en Tine Vleugels, werd finalist met het voorstel "Pray. PLay. Stay", waarbij het kerkgebouw getransformeerd wordt tot een open stadshal, als ontmoetingsruimte voor alle Brusselaars.

Analyse

De bouw van de Sint-Katelijnekerk, ontworpen door Joseph Poelaert, werd aangevat in 1854. De werken van de nieuwe Sint-Katelijnekerk zouden 20 jaar in beslag nemen, initieel onder toezicht van Joseph Poelaert en opgevolgd in 1859 door Wynand Janssens. Poalaerts ontwerp is in opzet gebaseerd op 16e-eeuwse Franse kerken: een gotische ruimte en opbouw, maar gedecoreerd met renaissance-elementen. Voor de Sint-Katelijnekerk gebruikt Poelaert een reeks architecturale elementen ontleend aan de Oudheid als ornamenten, losgekoppeld van hun bouwkundige functie. Deze ontmanteling van de architectuur creëert een specifieke monumentaliteit die kenmerkend is voor Poelaert. Dit komt vooral tot uiting in de recentelijk gerestaureerde voorgevel en het inkomportaal.

Op de plaats van de huidige Sint-Katelijnekerk bevond zich tot ca. 1850 het Sint-Katelijnedok. Dit dok, dat in verbinding stond met het lange Koopliederendok, was genoemd naar de naburige Sint-Katelijnekerk. Mede door de uitbouw van het waternetwerk in het noorden van de vijhoek (Grote Dok) en de overstromingen in de binnenstad van 1850 werd het Katelijnedok gedempt. De vrijgekomen ruimte bleek een ideale plek voor de nieuwe Sint-Katelijnekerk. Door schade aan de funderingen werd de oude kerk met gotisch middenschip afgebroken, enkel de prachtige barokke toren werd gevrijwaard van de sloop. Het plein ten oosten van de kerk wordt op het Popp-plan van 1866 nog vermeld als Kraanplein, verwijzend naar het hijstoestel van het verdwenen binnendok.

Na de overwelving van de Zenne, zal ook het Koopliedendok plaats maken voor de nieuwe Vismarkt. De Vismarkt bevond zich oorspronkelijk op de rechteroever van de Zenne. Snel na de overwelving zou Léon Suys de noord-zuid verbinding uitwerken. Ter verfraaiing van deze nieuwe as, ontstonden er vanaf eind de 19e eeuw grote statige gebouwen langs het nieuwe tracé, waaronder de Centrale Hallen. De noordvleugel van de Centrale Hallen werd in 1953 afgebroken om later plaats te maken voor Parking 58. Momenteel zijn de restanten van het historisch weefsel, met name de kerktoren van de voormalige Sint-Katelijnekerk en de Zwarte toren, wat ongelukkig omringd door middelhoge gebouwblokken en bestaan er weinig verbindingen tussen de drie pleinen, die vroeger één grote ruimte vormden.

Anno 2014 wordt het kerkgebouw geflankeerd door levendige pleinen met veel drink- en eetgelegenheden. De Vismarkt is een lang smal plein met twee waterbekkens refererend naar het vroegere bassin. De kerk splitst het feitelijke Sint-Katelijneplein op in twee delen. Aan de voorkant bevindt zich een aangenaam plein waar regelmatig marktkraampjes opduiken. De brede trap voor de hoofdingang baadt ‘s middags in de zon en is een gekende afspreekplek voor vele Brusselaars en bezoekers van de hoofdstad. Het plein aan de andere kant, het voormalige Kraanplein met de ingekapselde Zwarte Toren, is momenteel een versteend passageplein.

Het autoverkeer is voornamelijk eenrichtingsverkeer, daardoor is de breedte van de straten relatief smal gehouden. Toch domineert de aanwezigheid van auto’s door de parkeerstroken aan weerszijden van de straten. Voor de voetganger wordt de circulatie van de Vismarkt naar het Sint-Katelijneplein onderbroken door bordessen, parkeerstroken en te smalle voetpaden.

Concept

Enkele weloverwogen ingrepen, die geen afbreuk doen aan de historische en architecturale waarde van het gebouw, transformeren het gesloten en weinig toegankelijke kerkgebouw tot een dynamisch en open centrum van de wijk en de publieke ruimte:

  1. Op lange termijn is het opportuun dat de hele vijfhoek autovrij gemaakt wordt. De dynamiek van de circulatie kan al verbeterd worden door het autoverkeer tussen de Brandhoutkaai en de Baksteenkaai af te sluiten. Zo grenst het Sint-Katelijneplein aan de Vismarkt. Het autoverkeer aan de zuidzijde van de kerk, langs de barokke toren en de Zwarte toren, wordt omgeleid zodat de historische torens meer betrokken raken bij de pleinaanleg.
  2. De buitenwanden worden vanaf het koor tot aan de voorgevel opengemaakt tussen de dragende structuurelementen en de bestaande kerkvloer – die sterke beschadigingen en vervormingen vertoont - wordt over een grote zone verlaagd tot het buitenniveau.
  3. De koorzone in het oosten en de ruimte met het orgel in de westgevel worden thermisch en akoestisch afgesloten van de overige ruimte dmv. hoge glazen wanden. Hierdoor blijft de visuele relatie met het hoofdvolume bewaard, maar kunnen deze ruimtes onafhankelijk functioneren van de open stadshal.
  4. Een sculpturale trap wordt geïntroduceerd in het hart van het volume. Dit verticaal circulatie-element geeft toegang tot een transparant volume dat het weinig kwalitatieve dak van de middenbeuk vervangt. In het nieuwe dakvolume worden enkele stedelijke functies ondergebracht.

Open stadshal

De Sint-Katelijnekerk vormt de hernieuwde link tussen de omliggende pleinen. Het kerkschip dient zich aan als circulatieruimte voor voetgangers, zodat de verplaatsing tussen de pleinen vloeiend kan doorstromen. Het vloerniveau van zes traveeën is verlaagd tot het straatniveau. Door deze verlaging is de verbinding tussen de Vismarkt en het Sint-Katelijneplein toegankelijk voor iedereen.
Het huidig niveau van de eerste travee en het transept wordt behouden, zodat de trappen van de inkompartij hun stedelijk functie behouden en aanleiding geven tot een stedelijk podium. De smeedijzeren hekken rondom de kerk verdwijnen.
De sculpturale voorgevel behoudt zijn architecturale elementen, op die manier worden het zicht en de ruimtelijkheid van het voorplein gevrijwaard.
De benedenverdieping van het kerkschip en transept wordt herleid tot de essentie: kolomstructuren met gewelven en open portalen. De zijgevels, deuren en raamwerken van de zijbeuken worden tot aan de rondbogen opengemaakt. De steunberen en versierde pilaren rijzen als bomen omhoog en accentueren de verticaliteit van het geconcipieerde gotisch-eclectisch schip. Van de uitgegraven kolommen wordt de basis zichtbaar en ruw gelaten. Door het openstellen van de gelijkvloerse ruimte, zonder tussenindelingen, wordt de hoogte van het schip behouden.
Het kerkskelet creëert een multifunctionele open stadshal voor buurtbewoners en stadsgebruikers waar tijdelijke markten, evenementen, ontmoetingen, speelruimtes of andere gebeurtenissen kunnen plaatsvinden. Op deze manier krijgt de kerk terug de aandacht die ze verdient, alsook neemt ze opnieuw actief deel aan de stad.

Multiculturele vieringsruimten

Een nieuwe versie van een “koorhek” wordt gecreëerd door middel van een gebouwhoge glazen wand. Zo wordt het koor akoestisch en thermisch gescheiden van de publieke ruimte in de hoofd- en zijbeuken. Toch blijft de meest sacrale ruimte van de Sint-Katelijnekerk visueel verbonden met het overige volume. Het koor kan ingezet worden als multifunctionele vieringsruimte voor feestelijke bijeenkomsten, trouwplechtigheden, tentoonstellingen, enzovoorts. De zijkapellen (twee op beide verdiepingen) zijn toegankelijk via de glazen wand en via de oostelijke ingang, waar een nieuwe trap en lift worden voorzien. Deze vier intiemere ruimtes dienen als gebedsruimtes voor elk van de drie grote geloofsovertuigingen en één ruimte voor vrijzinnige vieringen.

Stedelijk balkon

De gevels van de Sint-Katelijnekerk torenen uit boven de omgevende gebouwen en vormen een beeldbepalend element in de stad Brussel. Het ontwerp concipieert de kerk als landmark en daarom leent ze zich een extra laag toe om een stedelijk balkon te vormen. Het huidig dakvolume is relatief laag en heeft geen uitzonderlijke architecturale waarde. Het bestaand dak maakt plaats voor een vernieuwd dakvolume dat ’s nachts een “lichtbaken” voor de stad vormt. De extra stadsfuncties worden geplaatst in de geannexeerde ruimte.
In het transept bevindt zich een sculpturale draaitrap, die geleidelijk naar boven slingert. Deze trap creëert een vernieuwde verticale beleving van de ruimte, maar biedt ook unieke blikken doorheen de kerk. Het stergewelf wordt naar boven geduwd, waardoor er een verbinding naar de nieuwe dakverdieping (+2) ontstaat. Deze monumentale geste ligt in de lijn van Poelaerts decoratieve vormentaal. De secundaire verticale circulatie bevindt zich aan het noordoostelijke einde, achter het koor, waar de huidige wenteltrappen zich bevinden. Deze zullen vervangen worden door een lift en een vernieuwde trap die voldoet aan de nodige vereisten voor de brandveiligheid en toegang geven tot alle verdiepingen.

De uitbreiding in het dakvolume situeert zich boven de middenbeuk met een brutooppervlakte van ongeveer 1200m² verdeeld over twee niveaus. De daken van de dwarsbeuk worden ingericht als terras en groendak en bieden een uitzicht over de stad in open lucht. De voorgestelde functies van de bovenverdieping ontstaan uit de noden van de directe omgeving en zijn bestemd zowel voor stadsbewoners als voor stadsbezoekers. Het stadsbalkon tracht zich niet te focussen op een bepaalde doelgroep en wil mensen aantrekken om in het stedelijk platform te verblijven dankzij deze unieke ligging. Aan de oostkant, boven het koor, wordt een sociale brasserie geplaatst (naar analogie met een sociaal restaurant, maar met een beknopte menukaart). Deze vorm van horeca stimuleert contacten in de wijk en vormt geen concurrentie voor de omliggende restaurants en bars. Aan de andere kant van de imposante trap strekt zich een hoge serre uit over de resterende traveeën als publieke stadstuin. Deze groene ruimte, zichtbaar vanaf de Vismarkt, komt de versteende pleinen eronder tegemoet. Hier kan men rustig in het groen een boekje lezen of lunchen of genieten van de planten. De beplanting van de ruimte varieert, intieme plekjes wisselen grotere vlakken af, hoewel de ruimtelijkheid over de middenbeuk wordt behouden. Tussen de planten is er mobiel meubilair voorzien dat kan dienen als werkplaats voor coworking. Bovendien is het aangenaam en stimulerend voor de productiviteit om in een lichte en groene omgeving te werken. Het meubilair is voorzien van basisuitrustingen (elektriciteit en internet) waarvan particulieren tegen een lage vergoeding gebruik kunnen maken. Vanuit het Brusselse verengingsleven is er een nood aan vergaderlokalen die ook geopend zijn na de kantooruren. Door middel van bureau-units en verschuifbare akoestische wanden kan de ruimte aangepast worden, voor bijvoorbeeld een vergaderzaal of een leslokaal, zodat het stedelijk balkon ’s avonds gedeeltelijk afgehuurd worden.

Structuur / Gevelmaterialen

De uitbreiding heeft een lichte structuur, nl. stalen balken en kolommen. Zo wordt de bestaande constructie zo gering mogelijk belast, blijft de draagstructuur zo miniem mogelijk en wordt er een duidelijk verschil tussen oud en nieuw gemaakt. Alle andere structurele ingrepen (zoals de nieuwe trap) zijn eveneens in staal.

Om een eenheid te creëren in gevel en dak, is de stalen draagstructuur omtrokken door een translucide/transparant membraan gemaakt uit het materiaal ETFE. Het materiaal is te vergelijken met lichtdoorlatende kussens. Het heeft uitstekende thermische en mechanische eigenschappen. Dit membraan kan volledig rond de stalen structuur getrokken worden zodat dak en gevel ineen verlopen. We spreken niet meer over een aparte schildelen, maar over één schil, één gebouw, één uitbreiding.

Dankzij het translucide materiaal zijn de nieuwe functies niet afgesloten van het straatbeeld maar is er toch genoeg privacy voor de gebruikers. Het gebouw straalt als het ware ‘s nachts. De kerk met uitbreiding worden een icoon van de stad. Dankzij de unieke samenstelling van dit materiaal kan er gespeeld worden met de transparantie. Sommige delen (vb. aan de serre en het terras) kan het membraan volledig transparant zijn terwijl andere delen translucide zijn. Er kunnen ook fotovoltaïsche cellen in de membranen verwerkt worden zodat het gebouw ook energieneutraal kan zijn.

Economische haalbaarheid

In het kader van de herbestemming van het Beursgebouw, kan het project voor de Sint-Katelijnekerk worden gezien als tweede belangrijke stedelijke ontwikkeling in het centrum van Brussel. Voor de kerk wordt echter een andere strategie toegepast. De herbestemming kan indirecte inkomsten genereren voor de stad, als aanvulling op de directe inkomsten van het geplande Biermuseum in de Beurs. Door het openstellen van het kerkgebouw wordt het stadsweefsel kwalitatief verbeterd en dit zal indirecte economische meerwaarde genereren. Het project voor Sint-Katelijne biedt een belangrijke socio-economische en ruimtelijke opportuniteit om een nieuwsoortige informele publieke ruimte in het hart van de stad te introduceren.

Omkeerbaarheid

De weggenomen elementen zijn niet cruciaal om de kerkruimte te beleven en zijn van weinig historisch belang. De binnenruimte van de kerk is gevrijwaard gebleven van bijkomstige onderverdelingen en aanvullingen, zodat de grootste kwaliteit van de kerk – de ruimtelijkheid - onaangetast blijft. De kostbare roerende elementen kunnen verplaatst worden naar afgesloten ruimtes in de kerk. Het bestaand dak heeft geen grote architecturale waarde en door de restauratiewerken van 1997 is de materiele authenticiteit reeds doorbroken. Naast de voorgaande redenen is er daarom ook beslist om het extra volume op die plek te lokaliseren. De additie bestaat uit een lichte structuur. Het blijft in de toekomst mogelijk om de verwijderende elementen te reconstrueren, aangezien er wordt gefocust op welbepaalde bouwvlakken (niet-structurele geveldelen, vloer en dak).